Zeikdempel

Heb je ook zoveel last van zeikdempels in je huis deze zomer? Het is een vraag die je op vakantie in Nederlands-Limburg wel eens zou kunnen krijgen. Zeikdempels zijn mieren. Je ziet ze tijdens de zomer vaak slepen met de restjes die je onbedoeld wel eens laat vallen bij een barbecue of andere buitenactiviteiten. Die mieren doen meestal niemand kwaad, maar als ze bijten dan spuiten ze mierenzuur in de wonde, en dat prikt! Het woord is bekend in het noorden van Nederlands-Limburg zoals te zien is op de kaart van de Database van de Zuidelijk-Nederlandse Dialecten (DSDD)

Zeik

Dat mierenzuur is ook de reden dat in veel dialecten de mier een naam krijgt met zeik of pis erin, zoals het Limburgse zeikdempel. Andere namen verspreid in de diverse dialecten zijn mierzeiker, muurzeiker, zeikmoeier, amezeik, …. Ook woorden met miegen ‘urineren’ – vooral in het noordoosten van Nederland bekend – horen in deze groep thuis: mieghimmel, pismieger, miegemp, enz. Nochtans heeft dat mierenzuur niets met urine te maken. Sommigen denken echter dat dit mierenzuur naar urine ruikt, anderen dachten dat mierenzuur de urine van de mier was. Wetenschappelijk onderzoek bewees dat dat niet zo is. Ook andere dieren en planten beschermen zichzelf met dit zuur. Denk maar aan brandnetels, wespen en bijen.

Afsnijder

En dempel dan? Het loont de moeite om naar andere dialectwoorden in de streek te kijken om dempel te kunnen verklaren. In het naburige Gelderland heet het beestje empt, imp, emt of amt. Dit doet denken aan het Engelse ant. Deze woorden zijn afgeleid van samenstelling waarin het eerste deel a ‘weg’ betekende en het tweede deel afgeleid is van een oud werkwoord maitan dat ‘snijden’ betekent. De mier is dus een soort ‘afsnijder’ of ‘afknager’. Een mier knaagt bijvoorbeeld aan de bast van planten. Je vindt dit oude werkwoord ook in ametmieremet en moeremet en in de reeks die met ame begint: amezeikamezeiksel. Ook het Friese emel en de varianten ervan horen hier thuis. -el is wellicht een verkleiningsuitgang. Hier en daar voegde men ook een hypercorrecte h toe: mieghimmel, wat dan verder verbasterd werd tot mieghommel.  

Iets vergelijkbaars moet ook met dempel gebeurd zijn in zeikdempel. Het Gelderse empt zal aan de basis liggen en de d zal een hypercorrecte invoeging geweest zijn, misschien onder invloed van het lidwoord de. De empt werd dan dempt. De eind-t viel weg, een verkleiningsuitgang –el werd eraan toegevoegd. Vervolgens werd dempel het tweede deel van de samenstelling zeikdempel.

Mier

Het woord mier wordt gebruikt in de standaardtaal, maar is ook het gewone woord in heel wat westelijke Nederlandse en Vlaamse dialecten. Het woord is heel oud, maar wat de precieze etymologie is, is niet duidelijk.

[bbp-topic-form]

Skip to content